|
De spicetour op Zanzibar
Dag 22 Zaterdag 25 oktober Rond 8.15 uur ontbijten we in het restaurant. Een uitgebreid buffet met yoghurt, muesli, fruit, broodjes etc. Om 9.00 uur start de spicetour. We gaan naar een plantage waar diverse specerijen en vruchten worden gekweekt. We zien o.a. kruidnagel, gember, kardemom (2 verschillende soorten), peperkorrels, ananas, banaan, citroengras, cacao, vanille, kaneel, lychees, jojoba, ylang ylang, turkuma, cassave, kokosnoot en Jackfruit. Erg interessant om te weten hoe dit allemaal groeit en bloeit. Aan het einde van de tour krijgen we het een en ander te proeven: citroengrasthee, cardemon-kaneel-vanillethee, gemberthee, verse ananas (zo sappig hebben we ze nog nooit gegeten!), Jackfruit (combinatie van ananas en banaan), passievrucht, sinaasappel en banaan. Verder krijgen de heren een stropdas gevlochten van palmblad en de dames een ketting met een kikkertje eraan gemaakt van palmblad. Daarna laat een van de jongens zien hoe je kokosnoten plukt. Professorisch knoopt hij een sisaltouw om zijn voeten, vervolgens pakt hij met z’n armen om de stam heen. Gecontroleerd plaatst hij z’n armen omhoog, hij plaatst zijn voeten omhoog en gebruikt hierbij het touwtje als een steun, waarna hij weer zijn handen omhoog plaatst etc. Even later vallen de kokosnoten naar beneden. Deze worden voor ons klaar gemaakt, zodat we het sap kunnen drinken, het sap is heel fris en niet sterk van smaak. Nadat het sap op is, kunnen we de kokos uit de noot eten. Aan het eind van de tour kopen we wat kruiden en thee voor thuis. Voordat we gaan lunchen brengen we nog een bezoek aan Mtoni Palace Ruins, een oude ruïne van het paleis waar sultan Seyyid Said Bin Sultan (1804-1856) heeft geleefd en tevens geboorteplaats van prinses Salme. Vroeger kwamen de dames in de leeftijd van 12-20 jaar baden in de 2 baden in de tuin, ze dansten voor de sultan en zorgden voor zijn “pleziertjes”. Als ze ouder werden gingen ze naar de plantages om te werken. Als er kinderen werden geboren, mochten deze niet bij de moeders blijven. Heden ten dage bijna niet meer voor te stellen hoe het er vroeger aan toe ging. Verderop zijn mannen hard aan werk om boten te maken, o.a. dows en grote schepen. Het is bijzonder om te zien dat er hier hard gewerkt wordt, dat is iets wat je niet bij alle Afrikanen ziet. De lunch is in de stad. Tijdens de lunch kunnen we kiezen uit meat, kingfish of chicken. Ik kies voor de vis, de pilau die we erbij krijgen is lekker gekruid. Als toetje krijgen we heerlijke mango, sinaasappel en banaan. Het busje zet ons even later af in Stone Town bij “Old Ford” (de taxistandplaats). De meeste gaan de stad in. Wat we niet door hebben is dat de winkels zich hier bevinden. Via de kust lopen we naar het oude deel van de stad, onderweg komen we van alles tegen (koeien op het voetbalveld) behalve winkels. Na ruim een uur lopen, zoeken, dwalen en de kermis gezien te hebben zijn we het zat en nemen een taxi naar de winkels…Al snel hebben we het gevoel dat alles wat we gelopen hebben, we nu met de taxi terug rijden en dan krijgen we langzaam het gevoel dat we weer terugrijden naar “Old Ford”. Ons voorgevoel blijkt te kloppen, 3.000 Tanzaniaanse Shilling lichter, maar een ervaring rijker…(niet verder vertellen). In de stad kopen we souvenirs voor thuis: slaschaal, kalenders, ketting, zeepjes, kruiden, koffie, thee, schaaltje en dienblad. Even uitpuffen bij Livingstone met een heerlijke smoothie, waar we John en Lies tegen het lijf lopen. We nemen later met z’n vieren de taxi terug en zijn rond 18.00 uur bij het hotel. Tassen inpakken, douchen en dan op naar het afscheidsdiner. Een heel uitgebreid buffet: tomatensoep, vele salades en rauwkost, red snapper, krab, inktvis, garnalen, vlees, rijst, aardappels gepoft in folie, vruchten en chocolade-cappuccinopudding. Tijdens het eten worden we vermaakt met muziek en dans. Nadat de trommels zijn opgewarmt bij het vuur zorgen 3 mannen en 2 vrouwen voor vermaak door te schudden met hun billen op het ritme van de muziek, gaaf! Leen houdt een bedankwoordje namens de groep voor Frank met hierin wat typische uitspraken van Frank: Maasai-bulten (glooiingen in Maasaigebied) en “Zie je daar die rotsen? Dat zijn olifanten.” Als bedankje krijgt Frank een envelop met geld. We nemen afscheid van degene die nog een paar dagen langer blijven: Nicole, Ramona, Jeroen en Femke. Tot slot de rekening betalen bij de receptie, daarna nog een keer douchen om fris ons hemelbed in te duiken en dan gaan we er over een paar uur alweer uit. Om 4.00 uur vertrekt de taxi naar het vliegveld. Nederland here we come! |
Directe Link |
